
DE GESCHIEDENIS VAN EDO
De oprichting van EDO (1921).
Het zou aardig zijn om de geschiedenis van EDO te beginnen met zoiets als een 'geboorte‑acte'. Helaas, zo'n stuk is niet te vinden in de verenigingsarchieven. De adreslijst van de afdeling Utrecht van de KNVB vermeldde in 1964 als oprichtingsdatum: 23 februari 1921, maar dat is ook geen bewijs. Nee hoor, voor de oprichtingsdatum moeten we ons gewoon baseren op het woord van wijlen de heer Gijs Bomer jr die deze datum heeft bepaald op 15 februari 1921. En de heer Bomer kon het weten, want hij had EDO zelf opgericht. Hoe dat in zijn werk is gegaan, valt nu niet meer te achterhalen, maar ongetwijfeld hebben de heer Bomer en zijn mede‑bestuursleden van het eerste uur het nodige doorzettingsvermogen aan de dag moeten leggen om in die tijd een vereniging van de grond te krijgen. In die tijd speelde het sportgebeuren zich vrijwel volledig af op zondag. Daarmee waren jonge mensen van protestants‑christelijke huize, die op grond van hun geloofsovertuiging van mening waren dat zondagsrust en sporten op zondag onverenigbaar waren, niet in staat sport in verenigingsverband te beoefenen. De ouderen hadden daar niet zoveel moeite mee; men vond sport een nutteloze ‑ zo niet schadelijke ‑ zaak. Ziedaar de achtergrond waartegen Bomer c.s. de Utrechtse Christelijke Sportclub 'Eenheid Doet Overwinnen' hebben opgericht. Ondanks gebrek aan medewerking, en soms onbegrip, hebben zij doorgezet en daarmee verdienen zij ons aller respect.
De eerste pogingen om beroepsvoetbal in te voeren. Aardig om te weten dat in de tijd waarin Bomer c.s. EDO oprichtten, anderen in Nederland doende waren ‑ al in de twintiger jaren! ‑ om hier te lande beroepsvoetbal in te voeren. Ofschoon die pogingen veel stof deden opwaaien, bleef het bij pogingen wegens gebrek aan leiders van formaat en vooral wegens gebrek aan kapitaal.
De heer G. Bomer jr. Dat respect heeft EDO ook betoond aan de oprichters, namelijk door de benoeming tot ere‑voorzitter van de heer Bomer in 19‑‑?. Want Bomer was een man aan wie de vereniging onnoemelijk veel is verschuldigd. Niet alleen vanwege de oprichting van EDO. We kunnen gerust stellen dat vooral hij EDO zijn gezicht heeft gegeven. De heer Bomer was vanaf de oprichting tot in 1956 ‑ toen hij noodgedwongen om gezondheidsredenen de voorzittershamer moest neerleggen ‑ voorzitter van EDO. Maar liefst 35 jaar lang! Een periode waarin de heer Bomer 'zijn' club soms door moeilijke bestaanstijden heeft moeten loodsen, of beter: slepen. Op bepaalde momenten waren er niet meer dan 14, 15 leden en had men de grootste moeite een enkel elftal op de been te brengen.
In een gedenkwoord in het boekje dat ter gelegenheid van de 60‑ ste verjaardag van EDO verscheen, noemt ex‑voorzitter C. Mandersloot sr de heer Bomer een sociaal voelend mens, gevoed door een christelijke levensovertuiging, die zich geheel heeft ingezet zowel voor de vereniging als voor haar individuele leden die met hun persoonlijke moeilijkheden altijd bij hem konden aankloppen. De heer Bomer was een wat 'patriarchale' voorzitter. Zonder te overdrijven, kan gesteld worden dat EDO in zijn bestuursperiode alleen in naam een bestuur had, en dat de club volledig gerund werd door de heer Bomer. Dat had voor‑ en nadelen. Voor de voordelen kunnen we wijzen op de bloei van de vereniging, vooral na de oorlog. Het resultaat telt immers? Het belangrijkste nadeel was gelegen in het ontbreken van een bestuurstraditie. Zo is er over de geschiedenis van EDO tot 1956 weinig bekend, er is geen archief, geen geschiedschrijving enz. En ook met de opbouw van een jeugdafdeling werd ook pas begonnen toen de heer Bomer zich terugtrok als voorzitter.
Bij de uitoefening van zijn voorzitterschap werd hij trouwens in zekere zin gehinderd door zijn beroep. Dat wil zeggen, zijn sigarenzaak in Tuindorp maakte het hem onmogelijk om op zaterdagmiddag de wedstrijden bij te wonen. Er waren toentertijd leden ‑ en EDO was niet groot ‑ die hun eigen voorzitter niet van zien kenden! Hoe dan ook, al zou je kunnen stellen dat de heer Bomer buiten het actieve 'voetbalgebeuren' bij EDO stond, het gaat zeker niet te ver om deze markante EDO‑er, ook in figuurlijke zin, als de grote man van de vereniging te bestempelen. Bomer's verdiensten werden ook erkend door de afdeling Utrecht; in 1958 werd hij de 27ste drager van het afdelingsonderscheidingsteken.
De beginjaren van EDO. In een in 1971 afgenomen interview met sportjournalist Jan Boerop van het Utrechts Nieuwsblad, ooit ook nog enkele jaren de hard schietende aanvaller van EDO 7, over het 50‑jarig bestaan van EDO, vertelde de heer Bomer over de beginjaren van EDO het volgende: "We speelden overal, kwamen uit in meerdere takken van sport. Zo kan ik zeggen dat EDO in die tijd al aan de oprichting van een schaatsafdeling dacht. Dat ging helaas niet door, maar wel kregen we een zeer grote, enthousiaste wandelafdeling. Velen zullen zich 1945 nog herinneren toen we voorop het Domplein opmarcheerden bij de bevrijding. We liepen toen veel marsen. We waren bekende gezichten op de Nijmeegse vierdaagsen en op de avondvierdaagsen in Utrecht. Daarnaast had de voetbalsport mijn aandacht. Ik heb zelf ook nog gespeeld, maar toen ik zo'n achttien jaar was, brak ik mijn arm op drie plaatsen. Een paar weken later speelde ik mee met het Utrechts kantorenelftal. Ik kreeg een trap in de rug en een paar dagen later belandde ik in bed om er 31 maanden later uit te komen. Ik beloofde nooit meer te voetballen."
De heer Bomer heeft zich aan zijn belofte gehouden, maar dat heeft hem niet belet om anderen wel te laten voetballen. Op oude elftalfoto's ontbreekt hij zelden, een grote man met een hoed. Andere werkers van het eerste uur.
Alhoewel voorzitter Bomer onmiskenbaar het laatste woord had in EDO-zaken, kreeg hij wel degelijk hulp. Voor de oorlog respectievelijk na de oorlog waren secretaris‑penningmeester Jo Hendriks respectievelijk secretaris‑penningmeester Joost Pennewaart onmisbaar voor de club. Pas in de jaren '60 ging ook EDO over tot de scheiding van de twee functies, maar de dubbelfunctie van secretaris‑penningmeester heeft EDO tientallen jaren gekend, waardoor veel zaken in een hand bleven. Pennewaart was later actief als lid van de tuchtcommissie van de KNVB‑afdeling Utrecht. Bij zijn aftreden in 1987 reikte de voorzitter van het bestuur amateurvoetbal, Marten Kastermans, hem de gouden speld van de KNVB uit. Het UN besteedde hier ook aandacht aan met een kort artikel en een foto.
Meer dan een voetbalvereniging alleen. EDO vindt zijn oorsprong in de Christelijke Jonge Mannen Vereniging (CJMV) die in de jaren na 1915 tal van sportactiviteiten op christelijke grondslag organiseerde. In de stad Utrecht had de CJMV veel secties, zoals de secties Domplein, Nieuwe Kerk, Tolsteeg, Oranjekerk, Leidschevaart en Amsterdamse straatweg. Elke sectie had bijvoorbeeld een eigen voetbalelftal en het was de sectie 'straatweg' van waaruit EDO werd opgericht door de heer Bomer jr. Als de Utrechtsche Sportclub EDO, wel te verstaan, want EDO was van meet af aan ‑ zoals we net al gezien hebben ‑ beslist meer dan alleen maar een voetbalvereniging. In de jaren '30 al organiseerde de bloeiende wandelafdeling van EDO bekende marsen als 'De Dagblad de Nederlander‑mars' en de 'Dom‑mars'. Aan deze groots opgezette wandeltochten liepen onder meer grote afdelingen van de zogenaamde Koloniale Reserve mee. Deze 'kolonialen' trokken altijd veel bekijks. Ook na de oorlog is EDO nog jaren een sportclub gebleven met ook andere dan voetbalactiviteiten. De wandelafdeling hield echter begin jaren '50 op te bestaan en de, na de oorlog opgezette volleybalafdeling eindigde enkele jaren later, terwijl een damestrimclub, die in het seizoen 1983/1984 onder EDO‑vlag van start ging, maar een kort bestaan was beschoren: al in september 1984 bleek de animo bij de trimsters fors te zijn gedaald. Vanaf die tijd was het alleen nog maar voetbal.
Het is niet duidelijk of de vereniging meteen EDO heette. Dat doet er ook niet zoveel toe. Anders nemen we toch gewoon het ontstaan van de CMVJ‑sectie Amsterdamse straatweg als begin nemen? EDO in de NCVB tot 1940.
De organisatie van het zaterdagvoetbal was in de jaren voor de oorlog bij lange na niet zo overzichtelijk als nu het geval is. Een korte terugblik op de geschiedenis van het zaterdagvoetbal geeft ons het volgende beeld. De basis van het zaterdagvoetbal werd al gelegd op 9 augustus 1911, toen de Amsterdamsche Kantoor Voetbal Bond (AKVB) werd opgericht. Om verschillende redenen voetbalden veel mensen liever op zaterdagmiddag dan op zondag en de AKVB kreeg een flinke toeloop van kantoorbedienden en mensen uit de bedrijven. Een van de eerste clubs heette SMN; bestaat die club nog?
Vlak voor de oprichting van EDO, namelijk in 1920, werd de Utrechtsche Kantoorvoetbalbond opgericht. Enkele jaren lang waren de wedstrijden Amsterdam ‑ Utrecht hoogtepunten in het zaterdagvoetbal van destijds. De beide kantoorvoetbalbonden sloten zich al snel aan bij respectievelijk de Amsterdamsche Voetbalbond en de Utrechtsche Provinciale Voetbal Bond. Omdat de twee laatstgenoemde bonden erkend waren door de Nederlandsche Voetbal Bond (NVB, de 'K' kwam er pas in 1929 bij), werd het zaterdagvoetbal hiermee ook opgenomen in de NVB. De NVB heeft omstreeks december 1921 door inschakeling van de genoemde plaatselijke en provinciale bonden zaterdagmiddagcompetities georganiseerd. Het district Haarlem was met twee afdelingen voor die tijd uitstekend vertegenwoordigd.
Opgemerkt moet worden dat het zaterdagvoetbal toen niet alleen beoefend werd door christelijk‑principiële voetballers. Op 26 januari 1929 ‑ nota bene een jubileumjaar voor de NVB die in dat jaar 50 jaar bestond ‑ werd voor dergelijke voetballers een aparte bond opgericht, de Christelijke Nederlandsche Voetbal Bond (CNVB). Deze CNVB maakte zich in 1934 sterk door een fusie aan te gaan met de Rotterdamsche Christelijke Voetbal Bond. De CNVB, die zich ten doel stelde de beoefenaars van de voetbalsport op christelijke grondslagen te bundelen, maakte een sterke groei door En in welke bond zat nu EDO? Voor de periode tot 1929 is dat niet helemaal zeker, maar waarschijnlijk kwam EDO via de Utrechtsche Kantoor Voetbal Bond in de NVB terecht. Deze veronderstelling berust op de mededeling van de heer Bomer dat hij ooit nog in het Utrechtse kantoorelftal speelde. Wel is zeker dat het EDO‑bestuur ‑ lees: de heer G. Bomer jr ‑ de UCSC EDO voor haar voetbalafdeling later heeft aangesloten bij de Nederlandsche Christelijke Voetbal Bond (NCVB). Tot 1940 heeft EDO in de competities van deze bond gespeeld.
Niet zonder succes, dat moet gezegd. De NCVB organiseerde grootscheepse, landelijke bondsdagen waar ‑ op christelijke wijze, dat wel ‑ uiterst fel slag werd geleverd. Een van de hoogtepunten uit de EDO‑geschiedenis van voor de oorlog was dat EDO zo'n bondsdag won. In Delft werd stadgenoot DESTO met 1‑0 verslagen, waarbij EDO‑er Ab Krop tekende voor de EDO‑goal. Dat was overigens zeker niet het enige wapenfeit uit de vooroorlogse periode. En ook niet het belangrijkste? Dat zou namelijk wel eens het feit kunnen zijn dat EDO in 1936 op een haar na ‑ nou ja, op een goal na? ‑ het kampioenschap van de NCVB miste. In Apeldoorn werd met 4‑2 van Gazelle gewonnen, maar de thuiswedstrijd in het afvalsysteem werd met 3‑4 van Vitesse verloren. De tweede wereldoorlog (1940‑1945).
Toen kwamen de donkere oorlogsjaren. Voor de oorlog bestonden er maar liefst circa vijftien bondjes en bonden die het Nederlandse voetbal autonoom organiseerden. De belangrijkste hiervan waren bonden als de Roomsch Katholieke Federatie (RKF), de Nederlandsche Arbeiders Sport Bond (NASB), de Kantoor Sport Bond, de KNVB en de NCVB. Op instigatie van de 'Nationale Stichting tot Bevordering van de Lichamelijke Opvoeding en de Sport' kwam op 1 augustus 1940 een fusie van al deze voetbalbonden in Nederland tot stand, met als doel te komen tot een grotere eenheid in de voetbalwereld. De fusie kwam er zonder pressie van de bezetter, maar het was duidelijk dat die pressie er zou komen. Het was al snel duidelijk geworden dat de Duitsers overeenkomstig hun eigen ideeen, maar ook in verband met de controleerbaarheid, een nationale voetbalbond wilden. Om aan te geven wat de fusie voor voetballend Nederland betekende, kunnen we het best de cijfers laten spreken: Ook de NCVB ging op in de nieuwe NVB. (Het predicaat 'Koninklijke' dat de KNVB tot die tijd droeg, kwam uiteraard te vervallen.)
Verenigingen als DESTO sloten zich meteen aan bij de nieuwe bond, maar EDO weigerde dat aanvankelijk om principiële redenen, zodat de vereniging in het eerste oorlogsjaar niet aan de competitie kon deelnemen. Een jaar later was duidelijk dat voortzetting van de voetbalactiviteiten van EDO eigenlijk alleen goed mogelijk was door aansluiting bij de KNVB. Zo gezegd, zo gedaan en dat stilstand niet altijd achteruitgang hoeft te betekenen, lieten onze mannenbroeders van weleer overtuigend zien. EDO werd meteen kampioen van de tweede klasse van de afdeling zaterdag. Nu was dat wel de laagste klasse, maar toch. Hoger dan de eerste klasse kwam EDO niet. Het was ook in de oorlogsjaren dat EDO achter de naam een 'U' tussen haakjes aanbracht om verwarring met de bekende Haarlemse club EDO (al opgericht in 1897!) te voorkomen. EDO speelde in die jaren tegen nu nog steeds bekende zaterdagclubs als VVOG, DESTO, Sparta (Nijkerk), CJVV en DOTO.
Er gebeurde in de oorlog natuurlijk meer dan voetbal en dat had ook zijn weerslag op het verenigingsleven. Jan Bröker herinnert zich uit die periode: "Het was in die tijd link om te spelen, want ze konden je zo oppikken. Zodoende verschilden de opstellingen nog wel eens. Maar in doorsnee speelden we toen met: Cor Leydekkers, Gerard van Rijswijk, Cor Burgstede, Cor Mandersloot, Evert Osnabruge, Leen van der Jagt, Gerrit de Korte, Booth, Ab Stolk, Ab Krop, mijn broer Matthijs Bröker, Jan van der Werf, Horden en ik."
Zelf reed Bröker de bezetter in de wielen door bij het dreigen van razzia's het veld af te keuren. Want spelers kon EDO in die tijd niet missen; de vereniging kon bij tijd en wijle amper een compleet elftal op de been brengen. Ex‑voorzitter Cor Mandersloot herinnert het zich nog als de dag van vandaag: "Ik werd in 1942 lid van EDO. In die tijd werd je met 15 jaar senior en dat betekende dat ik bij Minerva, waar ik toen lid van was, op zondag zou moeten gaan spelen. Dat strookte niet met mijn protestants‑christelijke achtergrond en ik moest dus bedanken als lid van Minerva. Arie Broker, wiens ouders toen bij mij om de hoek woonde, vroeg me om bij EDO te komen en dat heb ik gedaan. EDO was in de oorlog een kleine, maar o zo hechte club die echter noodgedwongen tijdelijk op een laag pitje draaide. De gevreesde Arbeitseinsatz en andere redenen om onder te duiken, maakten het moeilijk om 11 spelers bijeen te brengen. Een bestuur was er feitelijk niet ‑ de heer Bomer hield de vereniging bestuurlijk draaiende ‑ van een trainer hadden we nog nooit gehoord, een elftalcommissie was er niet, er was geen paviljoen enz. Ook de wandelafdeling was niet erg actief in die tijd."
Kortom, de tweede wereldoorlog was voor EDO in sportief opzicht een periode van stilstand. Dat is natuurlijk een te verwaarlozen probleem tegen de achtergrond van de enorme drama's die de tweede wereldoorlog de mensheid heeft gebracht. Overigens was de voetbalhorizon voor de EDO'ers door de fusie in de oorlog natuurlijk wel verbreed. Het 25‑jarig jubileum (1946).
Op donderdag 14 februari 1946 vierde EDO in 'Tivoli' het 25‑jarig jubileum met een grootscheepse jubileum‑feestavond:
" Aanvang 7 1/2 uur. Zaal open 7 uur". Aan de avond werd meegewerkt door de Chr. Vereniging voor L.O. 'Fraternitas', Dubbel Mannen Kwartet 'Ultrajectum', Chr. Muziekvereniging 'De Bazuin' en 'Die Vrolike Dekalumen'. Het programmaboekje, met op de voorpagina een afbeelding van de 'Dom', roept om verschillende redenen jeugdsentiment op. Neem bijvoorbeeld de advertenties. Sigarenmagazijn 'Mooi Tuindorp', van voorzitter G. Bomer jr., adverteerde met:
"In moeilijke tijden ...... maar ook in vrijheid en vrede." Chemische groothandel 'Bleko', van de vader van ras‑EDO'er Herman van de Goede, uit Groenekan met:
"Bleko bleekwater is over eenigen tijd weer regelmatig verkrijgbaar; spaart de weefsels en verlengt de levensduur van Uw goed." En:
"Begin "Bleko" te gebruiken en volg deze goede gewoonte steeds. "Bleko" biedt een zeldzame waarde voor den prijs dien U er voor betaalt." Wat zou goedlachse Herman zelf achteraf gelachen hebben om zijn vaders reclame uit die tijd! Het jubileumprogramma, dat maar maar liefst 15 onderdelen kende, werd geopend met onder meer "Koning Voetbal. Marsch W. Schootemeyer. Door De Bazuin." en werd besloten door de kerkelijk adviseur van EDO, Ds. C.M. van Endt, Ned. Herv. Predikant, waarna de aanwezigen, onder begeleiding van De Bazuin, gezang ‑‑ zongen: "Wat de toekomst brengen moge". De fusie wankelt (1946). Overigens was het in die tijd nog niet zeker hoe het naoorlogse voetbal in Nederland georganiseerd zou worden. Gelukkig slaagde de vice‑voorzitter van de KNVB, Ir. H.F. Hopster er op een emotionele bondsvergadering, op 3 augustus Een deel van de CNVB, die in 1940 was opgegaan in de NVB, werd na de bevrijding voortgezet als Verbond van Christelijke Voetbalvereenigingen (VCV). Dat wil zeggen, het VCV ‑ dat nog steeds bestaat ‑ heeft zich tot op heden beperkt tot de functie van belangenvereniging. EDO is altijd lid gebleven van het VCV, hetgeen ooit nog eens (in 19‑‑?) aanleiding heeft gegeven tot een heftige discussie tussen voorzitter Mandersloot en de toenmalige redactie van het EDO‑clubblad. Inzet van die discussie was of de jaarlijkse VCV‑contributie ad f 10,‑ wel een zinvolle investering was voor EDO. Tot het midden van de jaren '70 organiseerde het VCV ook jaarlijks een toernooi, waaraan EDO ook trouw deelnam. Nu elke vereniging zo ongeveer een eigen toernooi organiseert, is het verbond gestopt met die activiteit. |
31-08-10 ~ 16:30
»
Geurt
Aan een ieder die mijn afscheid als actief speler heeft helpen opfleuren spreek ik mijn hartelijke dank uit. Ik wens dat V1 nog een lang en sportief bestaan mag hebben. Voetballen is gewoon leuk. Geniet er van zo lang het kan. Groet van de ex-oudste knar, Geurt 30-08-10 ~ 21:55
»
Kees Mandersloot
Morgen bestuursvergadering. Aanvang 19.30 uur. Gewijzigd tijdstip!! 23-08-10 ~ 19:44
»
Ron (VE1)
Niet alleen de shout :-) 23-08-10 ~ 11:31
»
Paul
shout had ook vakantie, maar doet het weer! excuses... 18-08-10 ~ 00:33
»
Ron (VE1)
Zij die morgen naar Schotland gaan, veel plezier. 15-08-10 ~ 17:30
»
Raymond Tieland
Vanaf donderdagavond 19 aug. kan je weer bij de terecht bij de sportmasseur! 16-07-10 ~ 11:04
»
Kees v/d W
Vrijwilligers gezocht voor de schoonmaakdag. [klik] 16-07-10 ~ 10:30
»
Kees v/d W
14-07-10 ~ 12:00
»
David EDO 4
De nieuwe indeling van de competitie (ook voor lagere elftallen) is vanaf nu te vinden op www.voetbal.nl 25-06-10 ~ 13:23
»
Ron (VE1)
Een man of 8 in totaal heeft aangegeven te komen trainen, komen er nog meer?? 23-06-10 ~ 23:51
»
Ron (VE1)
Ik zal wel ff een digitale postduif rond laten vliegen. 23-06-10 ~ 20:50
»
Rudy
Ik ben er ook. 23-06-10 ~ 20:09
»
Kees Mandersloot
Als er een paar komen ben ik er ook 22-06-10 ~ 10:09
»
Ron (VE1)
Is er zaterdag voldoende animo om te trainen?? 19-06-10 ~ 12:24
»
Kees Mandersloot
Bedankt vor de inspanningen mbt de site Paul
|